Situatie:
De locatie wordt gevormd door de huidige bedrijfsbebouwing van Verhagen Ramen. Rondom is een gevarieerd lint van kleinschalige bebouwing gelegen. Het pand van ‘Goed wonen Gemert’ is een opvallende verschijning aan de oostzijde van de locatie. De hoek Molenakkerstraat / Drossard wordt gevormd door een kleinschalige woon- en bedrijfsbebouwing met aan de achterzijde een groenzone.
Bouwblokken:
Het ontwerp bestaat uit een U-vormig noordelijk bouwblok en een L-vormig zuidelijk blokHet noordelijk gelegen blok bestaat uit 3 bouwdelen te weten A (westzijde), B (zuidzijde) en C (oostzijde). De aansluiting met de lintbebouwing wordt bewerkstelligd door een geleding van de massa. Met de korrelgrootte vergelijkbaar met die van woonhuizen worden verticale elementen aaneengeregen tot een horizontaal straatbeeld. De kleuren in de voorgevels accentueren die geleding nog extra door meer diepte te geven aan de massa. Zodoende kan de straatgevel op één lijn staan zonder dat het appartementencomplex als te grootschalig overkomt. Op de scherpe hoek grijpen de beide straten ineen en de twee gebouwdelen vormen op de punt één geheel zonder uiteen te vallen in 2 verschillende massa’s. Ook de overgang ter plaatse van de rechte hoek en de sprong van 3 lagen naar 4 wordt naar onze mening logisch vormgegeven. De entrees zijn op 2 plaatsen gelegen. Voor dit blok wordt gedacht aan een rondom lopende galerijontsluiting waardoor ook de noordzijde een afronding krijgt zonder noodtrappenhuizen op de koppen. De ontsluiting t.b.v. het ondergronds parkeren gebeurt op de voorgestelde plaats en er ontstaat een dubbel maaiveld waarbij een aantal bomen op goed gekozen plekken tussen de auto’s staan. Doordat de plek aan alle zijden omsloten wordt door bebouwing of een looproute ontstaat een besloten hof, waarbij de kruinen van de bomen voor een goede sfeer zorgen op het verhoogd niveau. Waar de straatgevels worden gezien als een aaneenrijging van huizen wordt de binnenzijde van het hof gezien als een park met bomen. De constructie van de galerijen wordt gedacht in hout met een dak als bekroning van de bovenzijde van de drie massa’s. Het zuidelijk deel wordt gevormd door de combinatie van de grondgebonden woningen en één sterk blok ter plaatse van de hoek. Het appartementendeel kent 3 voorzijden ter plaatse van de drie langs gelegen straten. Hierdoor wordt voorkomen dat het teveel als een solitair gebouw op de hoek staat, maar juist op deze wijze de verschillende straten aan elkaar knoopt. Voor de grondgebonden woningen is uitgegaan van betaalbare starterwoningen met een kleine beukmaat. Hierdoor wordt ruimte gecreëerd voor een groter bouwblok op de hoek. Door deze grotere maat ter plaatse van de nieuwe tussenstraat wordt een fraaiere overgang gevormd naar de woningen. Ook de zijgevel wordt gezien als een beëindiging van het bouwblok en als zodanig vormgegeven. Rondom het appartementenblok is een (lage) vijver met beplanting voorgesteld, die enerzijds wat afstand schept tot de loopzones rondom maar ook voorziet in een zekere chique uitstraling en de hier gedachte (koop)appartementen de nodige allure meegeven.
Architectuur van de bouwdelen:
De bouwdelen A, B en C worden voor wat betreft de straatgevels gezien in een aarde-kleurige steen gecombineerd met stucwerk en/of keimwerk. Een rustige maar vrolijke kleurstelling sluit naar onze mening het best aan voor dit deel van het plan. De hofzijde wordt zoals al gezegd meer gezien als een parklandschap waarbij ook de materialisering van met name de constructie van de galerij t.b.v. de appartementen dit beeld versterkt. De materiaalkeuze van het hof zelf dient hierop afgestemd te worden, waarbij voorkomen moet worden dat de vrolijke intieme sfeer in de tijd gezien minder sterk wordt (onderhoudsaspecten en exacte materiaalkeuze).Voor de bouwdelen D en E (zuidzijde) wordt gedacht aan een gemêleerde baksteen in wisselend formaat. Een robuust uiterlijk qua gevel wordt gecombineerd met strakke dakvlakken in een metaalachtige sfeer. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een verbod op of terughoudend gebruik van zink en/of lood, waarbij echter met vervangende materialen qua sfeer de doelstelling toch gehaald kan worden. De binnenzijde van het appartementenblok wordt gezien in een witte strakke gevel (stucwerk en/of keimwerk) gecombineerd met de sfeervolle houten uitstraling van het hof aan de overzijde. Een goed geplaatste boom kan als sfeervol element de binnenplaats sieren.