UWC in de wereld.
De gebouwen van de UWC’s in de wereld kenmerken zich allemaal door een locatiegebonden ambiance. Hetzij door de locale cultuureigen architecturale kwaliteiten in te zetten, hetzij door de natuurlijke kwaliteiten van de omgeving uit te nutten.Zo zien we in Wales het UWC ondergebracht in een “Harry Potter-achtig” kasteel, waar geleerd en gewoond wordt; in Canada is langs de kust tegen de berghelling een “scouting”-enclave gevleid volledig opgenomen door de natuur. Op alle locaties is een campusopzet gerealiseerd zodat saamhorigheid en onderlinge vriendschappen kunnen gedijen. De UWC opleidingsinstituten roepen sterke associaties op met vakantieparken waar opleiding en ontspanning hand in hand gaan.Het gedachtegoed van UWC zal ook voor de leerlingen van Joppenhof International en The International School Maastricht als leidraad dienen om hun schoolcarrière te doorlopen.
Beeldtaal.
In het verlengde van de locatiegebonden opzet van de andere UWC’s in de wereld zijn we voor het UWC Maastricht op zoek gegaan naar typerende kenmerken van de streek en de directe omgeving. Maastricht ligt in het mergelland waar van oudsher vakwerkbouw typologisch was voor de streek. Deze vakwerkbouw heeft zich ontwikkeld van houten constructies met diagonalen, ingevuld met wilgentakken bestreken met leem, naar houten constructies ingevuld met baksteen, naar natuurstenen orthogonale constructies ingevuld met baksteen eventueel gecombineerd met mergel, tot betonconstructies met stenen invullingen. We willen voor de nieuwbouw van UWC Maastricht een afgeleide van deze typologie hanteren, wellicht enigszins geabstraheerd. Het materiaal mergel zal er zeker in voorkomen.
Stedenbouwkundige opzet.
De behoefte om ook in Maastricht de landschappelijke kwaliteiten in te zetten om de campus-gedachte invulling te geven is groot maar tegelijkertijd wellicht complex. De vanzelfsprekende aanwezigheid van het monumentale kasteel of de overweldigende natuurlijke omgeving ontbreekt. Toch zien wij op de locatie ruimschoots mogelijkheden om de verwachte tot de verbeelding sprekende omgeving te realiseren. Wel denken wij dat we ons de vrijheid moeten gunnen om de zoeklocatie ruim te interpreteren. Het is een gemiste kans wanneer we ons op voorhand in een keurslijf forceren. De aanwezige flora is hoopgevend. De aanwezige waterpartij zou als “leitmotiv” ingezet kunnen worden om de gewenste aansprekende omgeving te scheppen. In ons plan hebben we de waterpartij gevormd naar een optimaal bebouwingsconcept, waarbij we de nadrukkelijke wens van “wonen aan het water” kunnen honoreren en tegemoet kunnen komen aan een natuurlijke bescherming van het terrein dat tezelfdertijd genereus toegankelijk gemaakt kan worden voor gasten van buiten. De parkeervoorzieningen kunnen min of meer op de huidige parkeerterreinen gerealiseerd worden, goed bereikbaar vanaf een nieuwe zijstraat van de Terblijterweg. Deze parkeeraccommodatie vormt dan een mooie buffer tussen het woonwagenkamp en de Campus. Vanaf de parkeerplaatsen is het hoofdgebouw van de Campus, met daarin de recreatieve-, sport- en culturele voorzieningen (laten we dit gebouw voor het gemak en zeer gepast “de Mensa” noemen) via twee bruggetjes direct te bereiken. Uiteraard is het totale complex ook meteen vanaf de nieuwe zijstraat te bereiken; daar bevindt zich immers de hoofdentree. Ook hier gaat men een bruggetje over. Wanneer gewenst kunnen de drie bruggen die toegang geven tot het terrein ook met brugpoorten dichtgezet worden. De Mensa bevindt zich ook zeer centraal ten opzichte van alle andere onderwijsgebouwen maar ook temidden van de Dorms.
De schoolomgeving.
De schoolomgeving is er voor kinderen van 2 to 19 jaar. “Zij leren met elkaar, in en buiten de lessen, zij leren van de soms grote verschillen in achtergrond en cultuur.” De schoolomgeving zal bestaan uit “gestapelde werelden”. De leerlingen komen door het hele gebouw. Vanuit de wens om elkaar te leren kennen door sport, kunst, muziek, theater en wetenschap, is er een onderwijswereld nodig die al die verschillen in leeftijd en achtergrond kan absorberen. Een omgeving die neutraal genoeg is om iedereen er zijn plek te kunnen laten vinden, maar voldoende faciliteert om specifieke functies te kunnen herbergen. Een omgeving die abstract genoeg is om er te kunnen vinden wat men er zoekt, maar anderzijds voldoende tot de verbeelding spreekt om de fantasie te prikkelen. Een te geregisseerde omgeving is geestdodend.De schoolomgeving moet teder genoeg zijn voor het jonge kind en stoer genoeg voor de adolescent. Het gebouw moet één geheel zijn en in delen uit elkaar vallen.
De ruimtelijke organisatie.
De ruimtelijke organisatie is schematisch vastgelegd in een blokkenschema. In het schema is zichtbaar hoe de leerling zijn onderwijscarrière door de clusters doorloopt. Zijn thuisbasis is een bepaalde plek in het gebouw. Maar door het gemeenschappelijk gebruik van de expertisecentra, de sport- en cultuurvoorzieningen, en het gemeenschappelijk restaurant komen de leerlingen elkaar overal tegen.Het blokkenschema suggereert een campus-opzet waarbij de gebouwen los in het veld liggen en via de buitenruimte met elkaar verbonden worden. De eigen clusters worden zo duidelijk gemarkeerd, de diverse buitenruimtes zijn goed te separeren en de carrièreloop van de leerling is duidelijk zichtbaar te maken. Een opzet overigens die we op veel andere UWC locaties ook tegenkomen. Het geschréven programma gaat echter uit van een compact gebouw waarbij de gemeenschappelijke voorzieningen, met sport-, theater- en restaurantfuncties, het centrale plein is in het gebouw. De gezamenlijkheid wordt er mee onderstreept, de ontmoeting tussen alle categorieën, jong en oud, wordt gestimuleerd. Er is wel een aandachtspunt aangaande logistiek en daglichttoetreding. Er is ook een hybride model mogelijk dat tegemoetkomt zowel aan het blokkenschema als aan het geschreven programma. Hierbij zijn de clusters redelijk autonoom gelegen, maar staan in verbinding met een ontmoetingsboulevard, die een vanzelfsprekende loop toelaat naar de centrale voorzieningen en de gemeenschappelijke onderwijsgebouwen. In de autonome clusters bevinden zich “holle ruimten” (meeting points); deze worden in verbinding gebracht met de ontmoetingsboulevard. Naast de ontmoetingsboulevard die overigens over verschillende niveaus te bewandelen is, liggen ook buitenterrassen op verschillende verdiepingen, waar allerlei zitjes te vinden zijn. Alle bouwclusters staan in open verbinding met de boulevard die precies in het verlengde ligt van de grote entreepui. Maar ook vanuit de flanken is de boulevard te benaderen zodat vanuit de parkeervelden het hoofdgebouw (MENSA) ook van buitenaf rechtstreeks te bereiken is.
Duurzaamheid, milieu, flexibiliteit en toekomstwaarde.
In het ontwerpproces behoort men vanaf de eerste gedachten rekening te houden met duurzaamheidaspecten. Als het gaat om allerlei téchnische milieuvriendelijke oplossingen kunnen deze zonder probleem in elk type ontwerp ingepast worden. Warmte-koude opslag, betonkernactivering, warmteterugwinning, lichtvolgsystemen, daglichtsensoren enzovoort, zijn in ieder type gebouw te incorporeren, en zullen we samen met de andere adviseurs integraal in het ontwerp oplossen. Er zijn echter ook andere parameters die wellicht niet zo voor de hand liggend zijn. Eén ervan is flexibiliteit en dus toekomstwaarde waar in dit project ook aandacht voor wordt gevraagd. In het verlengde daarvan ligt herbruikbaarheid van het gebouw of, nog specifieker, onderdelen daarvan. Ons voorstel is om een gebouw te maken dat, hoewel in zijn presentatie absoluut tijdloos en voor de “eeuwigheid” bestemd, als een bouwpakket in elkaar gezet kan worden, maar ook weer gedemonteerd en elders opgebouwd, of waarvan de onderdelen op zijn minst opnieuw ingezet kunnen worden. Het gebouw zal een structuralistisch principe kennen, waarbij bouwkundige eenheden door herhaling flexibel inzetbaar zijn en multifunctionele invullingen kunnen krijgen. Op deze wijze willen we ook tegemoet komen aan “de abstracte omgeving” uit de paragraaf Schoolomgeving. Enkele mooie voorbeelden uit het verleden van dit principe zijn “Het burgerweeshuis” van architect Aldo van Eyck, en “Het Christuspaviljoen” van architect Gerkan dat op de Expo in Hannover volledig gedemonteerd is en opnieuw opgebouwd in Volkenroda, Duitsland.Voor de nieuwbouw van UWC in Maastricht willen we een structuur voorstellen van stalen kolommen en liggers (staal is het best te recyclen materiaal) met invullingen van geprefabriceerde wand- en vloerdelen. Op deze wijze worden de clustergebouwen gevormd met mooie binnenpleinen waar gemeenschappelijke activiteiten kunnen plaatsvinden, met grote al dan niet overdekte buitenterrassen voor elke onderwijscategorie, de mensa en sportvoorzieningen en de verbindende boulevard. Voor de dorms wordt een hiervan afgeleide vorm gehanteerd. Door de flexibele opzet kan er in de ontwerpfase driftig gevarieerd worden met de grootte van de gebouwen of met hoe “hol” de gebouwen kunnen zijn. In het door ons gepresenteerde model hebben wij een forse overmaat genomen om de mogelijkheden van het terrein af te tasten. De overmaat zit hem dan in de leegte van de gebouwen met name bij Science en Arts & Crafts. Deze ruimte kan ingezet worden voor proefopstellingen of kunstexposities, maar kan uiteindelijk ook weggelaten worden. Een ander belangrijk milieuvriendelijk aspect is de toepassing van zonnepanelen die hier als dubbeldakprincipe (minder warmtelast op de gebouwen) en als luifellamellen (natuurlijke schaduw zonder warmteophoping) over het gehele gebouw, zorgvuldig georiënteerd op het zuiden zijn toegepast. Op deze wijze is en een artificieel “bos” ontstaan waaronder “gescholen” kan worden.Het hele gebouw is gematerialiseerd met onderhoudsarme materialen zoals staal, glas, steen (mergel, kiezel) en thermisch gemodificeerd hout.