De vraag om een gebouw te maken voor twee eigenaren (Abacus hoofdkantoor en Plasa nevenvestiging) heeft geleid tot een voorstel waarin dit gegeven als thema is verbeeld. De situatie betreft een hoekperceel uitkijkend over een aan te leggen waterpartij. In de meeste gevallen zal het gebouw gezien worden vanuit twee gevels. Dit is vanaf het water als men de bedrijfszône inkomt. En dit is ook het geval bij het betreden van het terrein (parkeren) en het bezoeken van de bedrijven. Het "zien en gezien worden" door beide eigenaren krijgt in het pand zijn vorm door een trappenhuis wat door beide partijen gebruikt kan worden, zonder dat men elkaar in principe tegenkomt (zie maquette). Het trappenhuis is een element in het midden van het gebouw (gedeeltelijk glas; gedeeltelijk wit gestucte wand nader uit te werken) waar vanaf boven licht invalt. De massa van het gebouw bestaat in principe uit twee delen die de richting van de perceelsgrenzen overnemen. Daar waar de delen tegen elkaar liggen, is voor elk van de bedrijven de ingang gesitueerd. Naar boven toe (verdieping) groeien de delen naar elkaar toe. Aangezien elk bedrijf bij voorkeur zou willen genieten van het zicht vanuit de voorzijde naar de waterkant, is de ontsluiting per verdieping zodanig geregeld dat waar bedrijf A op de begane grond gesitueerd is, bedrijf B dezelfde plaats inneemt op de verdieping. Net zoals de trappartij bevindt elk bedrijf zich roulerend aan ofwel de voor- ofwel de achterzijde van het gebouw (in een soort opgaande spiraal). Op de 2e verdieping is op het meest markante punt een gezamenlijke kantine gedacht. Het gedeelte van de verdieping hieronder is bedoeld voor Abacus (hoofdkantoor). Op deze verdieping zijn de ruimten gesitueerd die van doen hebben met de representatie van het bedrijf. Het gevoel van openheid en ruimte is vertaald in een groot venster dat uitkijkt over het water en de entree van de bedrijfszône. Alle overige gevels hebben dezelfde min of meer standaard langwerpige kozijnen meegekregen, die afhankelijk van de functies gedeeltelijk boven elkaar of gedeeltelijk verschoven liggen. Deze gevels zijn in principe zo rustig mogelijk gedacht en krijgen enkel door een verschil in materiaalgebruik (baksteen abricot en stucwerk wit) een accent mee, dat van doen heeft met de splitsing binnen in het gebouw voor de twee afzonderlijke eigenaren. De bedrijfsdeur van Abacus (achterzijde; binnenkomst materiaal) heeft enkel nog een omlijsting gekregen. De kleuren abricot (metselwerk) en wit (stucwerk) zijn gekozen om het gebouw een frisse uitstraling te geven.Al het glaswerk is transparant met uitzondering van de borstwering ter plaatse van de kantine.